dinsdag 2 mei 2017

BOB DYLAN IN BELGIUM

Bob Dylan aan het werk 

Mooi een week geleden heeft Nobelprijswinnaar Literatuur Bob Dylan ons land bezocht en – nu hij toch hier was en de avond vrij had – heeft hij een concert in de Antwerpse Lotto Arena gegeven. 

Het was een goed concert. Vergeleken met eerdere optredens was het zelfs een steengoed concert. Daar waren alle journalisten het over eens. Mooie, verfijnde balans van de gekozen nummers, eigen werk – oud en nieuw, en covers, geput uit het repertoire van Frank Sinatra, de crooner die blijkbaar het hart van His Bobness heeft gestolen, tenzij… tenzij de keuze niet op een gevoel maar op iets heel anders wijst. 

Bekijken we het repertoire van Dylan aandachtig, dan valt op dat hij in vijftig jaar de geschiedenis van Noord-Amerika heeft geschreven en muzikaal verwerkt. Elke plaat / cd vertelt een periode uit de evolutie van zijn land. Dat hij afkerig stond tegenover de etiketten die op hem werden geplakt – generatiestem, verzetsheld, protestzanger – is vrij bekend. Men was daar verwonderd over, maar Bob had gelijk. Zijn liederen roepen niet op tot verzet, protest of eender welke politieke daad ook. Ze zijn journalistieke verslagen van het Amerikaanse verleden en heden. 

Bob Dylan is een artistieke verslaggever van een politieke, sociale en maatschappelijke ontwikkeling. Heeft hij zich ooit kunstenaar genoemd? Neen. Kunstenaar wordt men pas na de dood. Het is een eretitel die post mortem toegekend wordt. Iemand die zich als kunstenaar presenteert beledigt de eretitel. De geschiedenis benoemt de mens, aan de hand van het gepresteerde en het geleefde, niet de schepper van een artistiek werk. Bekijkt men de verantwoording over de toekenning van de Nobelprijs Literatuur dan blijkt dat – op een uitzondering na – vooral auteurs [dichters, romanciers, toneelschrijvers] met een uitgesproken sociaal oeuvre werden geëerd. Niet iemand die zich voorstelde als kunstenaar. 

Heeft Panamarenko zich ooit kunstenaar genoemd? Ik dacht van niet. Mede daarom dat ik hem zo graag mag. Hij heeft nooit een kunstwerk gemaakt. Heeft hij dat één keer gezegd? Elk werk is een nieuw stuk speelgoed. Dat gelinkt moet worden aan zijn moeder. Eenmaal zij gestorven was had hij geen nood meer aan speelgoed. Opgeruimd die boel en kast dicht. 
Pablo Picasso evenmin heeft ooit een kunstwerk gemaakt. Hij vond zichzelf een voortreffelijk vakman, als tekenaar, schilder, etser, beeldhouwer en van al wat thuishoort in het artistieke milieu. 

Maar, teruggekeerd naar Bob en het Antwerps concert. Hij gedroeg zich als vanouds, al is er een lichte evolutie merkbaar. Kwam hij bij de vorige optredens soms vooraan op het podium staan, in Antwerpen - en naar ik hoorde ook in Amsterdam, verschool hij zich tussen de muzikanten wanneer hij niet aan het toetsenbord plaatsnam. Een orgel dat niet prompt in beeld staat. Er is ook geen spot op master Bob gericht. Enkele bescheiden lichtchangementen zijn er, om wat variatie te brengen. Naar mijn gevoel hoefde dat zelfs voor hem niet. Waar het mister Bob Dylan om gaat is niet uit de schaduw treden maar de boodschap overbrengen, op muzikale wijze. 

Een groet voor het publiek kan er niet af. Allemaal valse drukte. Hij komt op, gevolgd door zijn muzikanten. Iedereen gaat aan de slag. Het ene lied volgt op het andere. Elk lied is een hoofdstuk van het verhaal, zonder titel. De titels zijn wel bekend, hoeven niet herhaald te worden en wie ze niet kent, heeft ‘Dylans boek’ slecht gelezen. 
Eenmaal zijn verhaal vertelt, verlaat hij het podium. Niet eens een hoofdknik. Een korte halte tijdens het applaus, front naar het publiek toe. 

Heel wat mensen, harde fans zelfs, vinden het gênant, maar zo vreemd is het niet, voor wie zijn traject kent. Het Newport Folk Festival speelt een belangrijke rol in zijn traject. In 1963 en het jaar daarop trad hij op met een akoestische gitaar, zoals het betaamt voor een volkszanger. In 1965 kwam hij het podium op met een elektrische. Het kot was te klein. Hij werd uitgejouwd, uitgefloten. Na enkele nummers verdween Dylan. Pas na lang aandringen verscheen hij weer, met een akoestische. Tot op heden heeft hij – althans publiekelijk – nauwelijks een ‘protestgitaar’ aangeraakt. Mede omdat hij dat veld verliet om zich te storten op pop, rock, blues en country.
De typische Amerikaanse hoeden die hij draagt maken trouwens deel uit van zijn Amerikaanse countryverhaal. 

De Newport-rel raakte Dylan diep. Blijft in zijn geheugen kleven voor de rest van zijn leven. Laat sporen na. Ze zijn te vinden in zijn optredens, voor wie goed kijkt en de geschiedenis van Dylan volgt. Natuurlijk houdt hij van zijn publiek, maar… in functie van wat hij het liefst van al doet, optreden voor een levend publiek. Net zoals elke creatieveling heeft hij nood aan reflectie. Of dat nu in Antwerpen, Amsterdam, München, Vladivostok of Toledo is zal hem worst wezen. Het publiek is anoniem en moet dat blijven. Hij wenst niet eens contact met de organisatoren en wil dat zo houden.
De onmogelijkheid te vergeten is ook typisch aan Dylans joodse aard. De opeenvolgende vervolgingen, verbanningen, pesterijen heeft het joodse volk grote wijsheid gebracht, maar zijn geheugen op scherp gesteld. De joodse religie is geen decadente zoals die van de Christenen. In eender welke vertakking van het Christendom staat de materiële opbrengst centraal en om die te behouden werden schuld en boete bedacht. De joodse religie tapt uit een ander vaatje. Het houdt extreem vast aan het denken en aan een opperwezen wiens naam niet genoemd mag worden omdat hij in het denken bestaat en niet in het zijn. Een afwijking van dit joodse extremisme is dat de joden wel met zichzelf kunnen lachen maar niet uitstaan dat iemand anders met hen lacht. 

Eenzelfde geloof in het eigen – superieure – gelijk is te vinden bij eender welke jood, of het nu een bestaande als Einstein dan een verzonnen als Shylock is. Onlosmakelijk verbonden aan het Eigen gelijk eerst is het ontbreken aan een groot of klein vergeten en vergeven. Zo moet het podiumgedrag van Bob Dylan gezien worden. Bekijkt men het vanuit die hoek heeft men geen last van zijn never ending pose. 

Moge dit standpunt het einde betekenen van het gezever over Dylans gedrag. Dan kan bij een volgend bezoek – god geve het – de aandacht geheel gaan naar het inhoudelijke en niet naar het uiterlijke. Dylans podiumgedrag is geen afwijking. Integendeel, het maakt deel uit van de manier waarop hij verslag uitbrengt. Zich verschuilen tussen zijn muzikanten of zich concentreren op zijn piano siert His Bobness. Dat uitsmeren in reportages en columns is blijk geven van populistisch gedrag en een gebrek aan psychologisch inzicht. 

guido lauwaert
gent, 2017-05-02 








Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen